Dromen mag weer: zoeken naar synergieen tussen oude en nieuwe industrie

In de afgelopen weken ben ik regelmatig aangestoken door ambities. Zo las ik een oproep van wetenschappers om kolencentrales te sluiten en een oproep om middels wetgeving de CO2 normen zo aan te scherpen dat er sprake is van een reductie van 95% ten opzichte van 1990. Dat noem ik nog eens SMART, wat mij betreft in meerdere opzichten. Dat soort commitment maakt de believer in mij wakker…, hoewel je je af kunt vragen of het pad van wetgeving de geëigende weg is.

Onlangs, tijdens een masterclass Strategisch Management vertelde de docent, Willem Scheepers me een erg interessante ontwikkeling. Google is in gesprek met Richard Branson, de man die het reizen in de ruimte mogelijk wil maken, “voor de gewone man”. Google wil investeren in deze “droomvluchten”, om kennis te vergaren in relatie tot het in kaart brengen van de aarde. Zo investeert Google ook in drone technologieën en andere vernieuwende technieken die daarbij ondersteunend kunnen zijn. En als het toch over hardop dromen gaat, wat te denken van Richard Branson zelf: de oudste man die kitesurfend het kanaal overstak (ja, op windenergie) en meerdere pogingen ondernam om per ballon de aarde rond te vliegen.

Dinsdag was ik aanwezig bij een presentatie over digitalisering van veiligheidstrainingen. Ik mocht meedoen aan een tweetal serious games. Noem het een realistisch computerspel, op basis van praktijkcases vormgegeven. Een setting betrof een militaire missie in Afghanistan en de andere een Burgemeesters game waarin beslissingen moesten worden genomen, onder druk, over een chemische ramp die zich afspeelde binnen de gemeente. Een tweetal serieuze oefeningen die me in korte tijd veel leerden over samenwerken en gebruik maken van informatie om adequaat te kunnen beslissen. Een mooie ervaring die me ook nog iets vertelde over de druk waaronder sommige mensen moeten kunnen werken en hoe zij middels dit soort technieken beter kunnen worden voorbereid op die taken.

Een drietal positieve alinea’s, dus waar komt het vechten tegen windmolens dan vandaan? Het hoofdthema van Cervantes, schrijver van de originele roman “de vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha”, was de kloof tussen een mooie droom en de harde werkelijkheid. De waanbeelden van Don Quichot versus de realiteitszin van Pancho Panza, zijn dienaar. Ik ken de primaire reacties niet zozeer over de aspiraties van Google en Branson, maar het ambitieuze CO2 reductieplan dat een dag eerder door ruim zestig professoren werd ondersteund werd een dag later in de media benaderd als een onrealistisch scenario. En de aspiraties om veiligheidstrainingen te digitaliseren zijn misschien nog ver weg omdat om allerlei wellicht valide redenen niet alle stakeholders hieraan gecommitteerd zijn. Mooie dromen, in de kiem gesmoord door de harde realiteit?

Ik denk het niet. Maar het lijkt, om in de gebezigde termen te blijven wel tijd voor ruimte. Ruimte voor de nieuwe industrie. Waar de oude industrie haar strategieën lijkt te enten op kostenbesparingen, zet de nieuwe industrie in op kennis en vernieuwing. Het lijkt alsof dromen mag en alsof films worden bewaarheid in reality. En de nieuwe industrie is zeer succesvol, de wereld verandert in rap tempo op basis van nieuwe technologieën.

Binnen strategisch management geldt een wetmatigheid (Porter) dat je een keuze moet maken tussen onderscheidend willen zijn of het beheersen van kosten en je hier vooral op moet focussen. Een interessant gegeven, vooral in de snelle tijd waarin we leven. Focussen moet dus niet iets als staren worden, want als je te lang staart ben je al weer ingehaald in de wereld van 3D printers, Smart phones, I-pads, social media, blogging en andere ontwikkelingen op de digitale snelweg. Het oude denken lijkt vooral te leiden tot concessies en lijkt te leiden tot getting caught in the middle. Dan bouw je windmolens (nog steeds actueel na Cervantes) langs de kustlijn uit kostenperspectief, waarmee je de toeristensector in de weg zit. Ik weet niet of polderen dan nog het juiste woord is.

Zou ruimte bieden aan het dromen, of eigenlijk aan de zo gewenste kenniseconomie en de nieuwe industrie niet juist een voorsprong kunnen bieden? Natuurlijk spelen allerlei (sociaal) economische belangen mee, maar wellicht hoeft het een het ander niet uit te sluiten. Andere keuzes durven maken juist om te anticiperen op een onvermijdelijke verandering op lange termijn, zou misschien wel winstdeling kunnen opleveren op de middellange termijn. Een groot windmolenpark in zee bouwen kost misschien meer, maar het woongenot en toeristisch aanzien blijft in tact. De kennis die wordt opgedaan geeft je een voorsprong, die ook ten goede zou kunnen komen aan de “oude industrie”. Wellicht kan participatie juist helpen de transitie te maken als grondstoffen te schaars worden voor de huidige industriële installaties. Want op enig moment houdt het besparen op kosten op en worden grondstoffen duurder (of het winnen ervan). Wellicht is het slim een aandeel te nemen in de nieuwe ontwikkelingen, waarin de energiehuishouding flink gaat veranderen. Een fantastisch (what’s in a word) voorbeeld werd gegeven in het RTLZ televisie programma Toekomstmakers: Tata steel tracht middels nanotechnologie restwarmte om te zetten in energie. Old meets new en dit soort synergieen zou elkaar wel eens een boost kunnen geven: ruimte voor innovatie en besparen ineen. Misschien is het tijd te stoppen met vechten tegen windmolens….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *